Stap 1: een zaadje planten

Het begon allemaal op mijn verjaardag, 4 november 2011. Ik werd 50 en dat beviel me maar matig. Sandra en ik zaten te lunchen op het terras van restaurant Stork (het was een bijzonder mooie dag voor november) en we spraken over ouder worden en over de toekomst. Hoe we allebei niet echt het idee hadden dat we nog 17 jaar ons huidige werk zouden doen, en wat dan de alternatieven waren. Want een ding was duidelijk: er moest een plan komen. Er passeerde van alles de revu: ontwikkelingshulp, verre reizen maken, samen ” iets” beginnen. Of een Ik Vertrek-achtige verhuizing naar een zonnig land om daar een B&B te beginnen.

Op die middag is het zaadje geplant voor het Plan.

De Corona op ons Werk

Natuurlijk hebben we met alle soorten van tegenslag rekening gehouden toen we aan dit avontuur begonnen: misschien zouden we heimwee krijgen, zou een van ons ziek worden, zouden er geen gasten komen naar de B&B, zouden we verzeilen in een helse bureaucratie of zou het dak instorten Maar een wereldwijde pandemie, die zagen we niet aankomen!

Zoals iedereen heeft kunnen zien begon het met beelden uit Wuhan waar in no time een noodhospitaal uit de grond werd gestampt, gevolgd door angstige berichten uit Italië en niet lang daarna uit de regio’s Barcelona en Madrid. De pandemie bereikte Almuñécar in de laatste week van februari. De mannen van Louis waren net klaar met de badkamer, de avocado-oogst was binnen en de tapasroute was in volle gang. Op woensdag zaten we nog met Tessa, Joris en Robin (twee vrienden van haar) en Ewald en Yvon nog verrukkelijke tapas te eten bij Gastrobar de la Flor (carpaccio van garnalen, hoe verzin je zoiets?), op vrijdag werd het uitje naar de tapastour met onze Spaanse lesgroep gecanceld wegens coronagevaar. Ook de lessen zelf werden acuut gestaakt. Het bericht ging rond dat vijf medewerkers van het gezondheidscentrum besmet waren met het virus. Niet lang daarna werd de “confinamiento”(lockdown} uitgeroepen.

Daar zaten we dan, op ons mooie terrein in een tamelijk regenachtig voorjaar zonder gasten. Het is achteraf moeilijk voor te stellen, maar we zijn twee maanden lang bijna niet van ons terrein af gekomen, behalve een keer in de week één van ons voor boodschappen. Als ik boodschappen had gedaan parkeerde ik daarna de auto langs het strand om even over de zee te staren. Heel soms maakten we een stiekem wandelingetje in de buurt. Een keer trokken we regenlaarzen aan en maakten een jungletocht door de Rio Seco. Voor de B&B was dit natuurlijk funest. De reserveringen voor het voorjaar, die net een beetje begonnen binnen te stromen, werden de een na de ander geannuleerd.We probeerden zo veel mogelijk onze tijd goed te gebruiken door te klussen. Genoeg te doen, maar we raakten al vrij snel door onze bouwmaterialen heen en de bouwmarkten waren gesloten. Bomen snoeien dan maar, en een moestuin aanleggen.

Na twee maanden werd de confinamiento geleidelijk afgebouwd en het voelde alsof we uit een winterslaap ontwaakten. Ik herinner me de eerste keer dat we weer op een terrasje konden zitten (Uha op de Playa de Tesorillo), wat een weelde! Van Louis hoorden we hoe we op afspraak bij de bouwmarkt Carbonell materiaal konden kopen, zodat we onze bouwprojecten zoals de aanleg van een buitendouche en het opknappen van de buitentrappen, eindelijk konden afmaken. Ook bedachten we een plan om toch nog een deel van het zomerseizoen te redden We concludeerden dat we ons moesten richten op de spaanse markt en dat we beter konden proberen de accomodatie als geheel te verhuren aan een groep of familie, zodat de huurders geen ruimtes zouden hoeven te delen met onbekenden. Ook het serveren van een ontbijt zouden we tijdelijk achterwege laten, zodat het contact beperkt zou blijven.

Deze opzet had zeker succes, al merkten we ook dat een huis verhuren een totaal andere business is dan een B&B. (ik zal hier in een andere blogpost uitgebreid op terugkomen, want we hebben een aantal interessante dingen meegemaakt). Omdat de pandemie in de zomer even in een dip zat durfden er ook wat mensen uit het buitenland naar Spanje te komen. We hebben Belgen, Fransen en Italianen gehad, maar toch vooral Spanjaarden.

Terugkijkend op dit seizoen constateer ik dat we er het beste van gemaakt hebben. Het voorjaar was reddeloos verloren, maar de maanden juli en augustus waren zelfs behoorlijk goed. Na augustus zakte het weer in. Er waren in september nog een paar weekendgasten, maar daarna is de agenda weer helemaal leeg. De Nederlanders zijn weggebleven, en omdat het ministerie van BuZa voor heel Spanje “code oranje heeft uitgeroepen zal het voorlopig ook wel zo blijven. Vandaag hebben we besloten dat we in oktober een flinke korting gaan geven (najaarsuitverkoop) in de hoop nog wat gasten hierheen te lokken. Al is het maar om niet tot de kerst weer met een lege agenda te ziten.

Vorderingen

Inmiddels wonen we al ruim een jaar in Almuñécar. Een jaar waarin we al de nodige gasten hebben ontvangen en van alles hebben meegemaakt, maar vooral ook een jaar van bouwen en klussen. Een tussenstand van de vorderingen:

Al voordat we naar Spanje verhuisden lieten we door “onze” aannemer Luis een paar verbeteringen aanbrengen aan het bovenhuis. Het lekkende dak repareren en betegelen en de kapotte garagedeur vervangen door een gewone deur.

DSC05864IMG-20190710-WA0005

In het Zwembadhuisje braken we een stuk muur weg en verbouwden het keukenblok tot wastafel.

20200626_161822[1686]Met hulp van Peter en Inger braken we een muurtje weg van het oude brandhoutschuurtje. Hier bouwden we onze buitenkeuken.

20200626_162628We lieten zonnepanelen plaatsen op het bovenhuis. Daarvoor moesten we handmatig vier gemetselde pijlers wegbikken

20200626_161657[1689]De “juwelenkamer” werd onze slaapkamer. We lieten door Luis het dichtgemaakte raam weer open maken en een nieuwe ingang maken vanuit het tussenkamertje. Alle muurplanken, de stalen schuifdeur en de “kluis” braken we weg.

20200626_161626[1692]In de cantina metselden we de oude toegang naar de slaapkamer dicht. In het open deurgat naar het tussenkamertje maakten we een deur.

In november volgde een grote verbouwing in het bovenhuis, dit keer niet door Louis, maar door de vaste aannemer van Geert. De achterste kamer kreeg een eigen toegang door een metalen buitentrap, en een eigen badkamer. De oude badkamer van de voorste kamer werd uitgebreid en in dezelfde stijl afgewerkt.

20200116_125217Op de watertank bouwden we een terras voor de laatste kamer. we verwijderden een boom en een hoop rommel en maakten een toegangspad naar de buitentrap, en, omdat we toch bezig waren (en we inmiddels in lockdown zaten) een nieuw twrrasje in dezelfde stijl voor de eerste kamer.

Terwijl wij daarmee bezig waren verbouwden de mannen van Louis onze eigen badkamer. De ruimte was zo groot dat we nog genoeg plek overhielden voor onze “linnenkamer”. 

Tijdens de lockdown konden we moeilijk aan bouwmaterialen komen, maar toen dat weer ging maakten we de buitendouche.

En daarna eindelijk een van onze wensprojecten: het betegelen van de buitentrappen

Ten slotte bouwden we de oude waterbak op het terrein om tot poedelbadje. Dat hadden we wel verdiend!

Herbloggen

De laatste post op deze blog dateert van maart 2019. Als ik het verhaal nalees lijkt het nog veel langer geleden. Ik besef dat het schrijven van de blog voor mij ook een manier was om met ons Spaanse avontuur bezig te zijn terwijl we nog in Nederland woonden. Vanaf het moment dat alles in een hoog tempo realiteit begon te worden schoot het bloggen er bij in. Is dat erg? Misschien niet, maar het wordt wel steeds moeilijker om weer te beginnen. Want hoe haal je 15 maanden in op zo’n blog? En dan ook speciaal deze vijftien maanden, waarin ons leven volkomen op zijn kop ging, met de verkoop van ons fijne huis op de Nieuwendammerdijk, het afscheid van Amsterdam, van Gaia en Tessa, familie en vrienden, het opgeven van onze banen, de emigratie naar Spanje, onze eerste schreden op het terrein van het b&b-houderschap, de lange kluswinter en een wereldwijde pandemie op de koop toe. Laat ik proberen de draad weer op te pakken zonder per sé compleet of chronologisch te zijn.

Het afscheid nemen van mijn baan bij Vrijwilligers Centrale Amsterdam kostte me eigenlijk weinig moeite, ook al heb ik er altijd met plezier gewerkt en mis ik soms het contact met mijn fijne collega’s. In Sandra’s geval was er wat meer gedoe, met name over de status van haar afscheid (reorganisatie of vrijwillig ontslag?) maar daar zijn ze uiteindelijk ook uit gekomen. Het afscheid van familie en vrienden vond ik een stuk lastiger. Ik merk dat sommige vrienden moeite hebben met mijn vertrek, en dat maakt het voor mezelf ook moeilijker. We vinden het natuurlijk ook moeilijk om zo ver van Gaia en Tessa te zijn. Moderne communicatiemiddelen maken het contact houden wel makkelijker, maar je mist het face to face contact  en de knuffels en zo. We hebben besloten om eens in de twee maanden naar Nederland te gaan, maar de laatste tijd heeft de coronacrisis natuurlijk roet in het eten gegooid.

Ik mis ook Amsterdam, vooral het enorme culturele aanbod waaraan ik daar gewend was. Dat ga je hier pas goed beseffen. Almuñécar heeft zijn Casa de Cultura en de jazz- en flamencofestivals, maar dat is toch een beperkt aanbod. Ook in de grote steden in de buurt, Granada en Málaga, kan het aanbod niet tippen aan dat van een stad als Amsterdam. Daarvoor moet je minstens naar Barcelona of Madrid, en dat is niet bepaald om de hoek.

Ons leven is natuurlijk drastisch veranderd, van een veelzijdig bestaan met heel veel sociale contacten naar een veel eenvoudiger leven waarin Sandra en ik voor een groot deel op elkaar aangewezen zijn. Dat gaat tot nu toe behoorlijk goed. We werken hard en we genieten van ons leven hier en van het creëren van El Oasis. We voelen ons hier ook al aardig thuis, al moeten we ons sociale leven nog wat verder uitbouwen.

dig

Leña

Omdat het allemaal niet gelukt was met die houtkachel hadden we besloten het deze winter, nu we er toch nog niet permanent zijn, te doen met de open haard, en dan in het  najaar een pelletkachel aan te schaffen. Antonio, die ons had zien zeulen met een zak brandhout van de bouwmarkt, had ons al eerder aangeboden te zorgen voor wat “leña” (hij heeft waarschijnlijk een onuitputtelijke voorraad). Dat kwam ons nu goed van pas, dus we vroegen ernaar en hij beloofde ons een beetje te brengen.

De volgende dag vonden we beneden bij de rivier een werkelijk enorme berg grote en kleine houtblokken. Heel fijn, maar het leek ons nogal een klus dit via de smalle tuinpaadjes twee terrassen op de dragen. We hadden Juan, een vriend van Antonio met wie hij samen een moestuin onderhoudt, met een klein rood autootje de onverharde weg naar beneden op en neer zien rijden, en dat bracht ons op een idee: we konden natuurlijk met onze gehuurde Peugeot Partner naar de rivierbedding beneden rijden, het hout achterin laden, weer naar boven rijden en het via twee veel makkelijker beloopbare trappen naar het huis dragen. Zo gezegd zo gedaan, Sandra stapte in de auto en reed langzaam het steile en hobbelige weggetje af.

Na een meter of tien maakt dat weggetje een heel scherpe bocht naar rechts, die je niet in één keer kunt nemen. Ook niet in twee keer, trouwens en ook niet in drie keer. Kortom, na diverse pogingen stond de auto in een onmogelijke hoek op de rand van een fikse afgrond. We hadden inmiddels besloten om toch maar terug te gaan naar de weg, maar keren lukte ook niet meer en achteruit rijden durfden we al helemaal niet.

Juan, die beneden in de moestuin aan het werk was, had al een tijdje naar ons gestuntel staan kijken en besloot ons te hulp te schieten. Hij nam kordaat plaats op de bestuurdersstoel en slaagde erin de auto een stuk de helling af te rijden en te keren, maar onderweg terug naar boven kwam hij opnieuw vast te zitten in dezelfde bocht. Alle pogingen om -met veel heen en weer steken- de bocht door te komen maakten de situatie alleen maar erger. Uiteindelijk hing de auto met één wiel in de lucht en we durfden hem nauwelijks meer aan te raken uit angst dat hij in het ravijn zou kukelen.

DSC05869

Voor Juan was het nog een hele toer om uit te stappen zonder dat de boel ging kantelen. We besloten onze pogingen voorlopig te staken en te wachten tot Antonio kon komen helpen. Misschien kon hij omrijden met zijn fourwheeldrive en de auto naar boven slepen.

Het was Driekoningen die dag. We zagen de uitwonende zoon en dochter van Antonio langslopen om op familiebezoek te gaan. Ze keken allebei nieuwsgierig naar onze auto, die daar hulpeloos was achtergelaten op het weggetje. Het was wel duidelijk wat het gespreksonderwerp die dag zou zijn in Huize Antonio. Toen ik na lunchtijd weer even bij de auto ging kijken kwam Antonio er net aanlopen, in gezelschap van zijn jongste zoon. Hoofdschuddend bleef hij naar het tafereel staan kijken; wat bezielde die stomme guiros toch om met een auto die daar volkomen ongeschikt voor was zo’n weg als deze af te gaan rijden? En trouwens, hij had het brandhout toch op de plek gelegd die het dichtst bij ons huis was? Waarom zouden we het dan eerst naar boven gaan halen en er dan weer mee naar beneden lopen? Mopperend en mokkend (en genietend) ging hij aan de slag. Eerst wisten we de auto met vereende krachten weer op vier wielen te duwen. Daarna kroop Antonio achter het stuur en reed de auto met een rotvaart naar boven.

Nadat hij onze eeuwige dank had aanvaard liep hij nog steeds mokkend terug naar huis. Wij besloten het lot niet verder te tarten en het brandhout handmatig naar boven te halen. Ik  gooide het blok voor blok over de rivier en Sandra bracht het via het tuinpad naar de opslagplaats. Het was uiteindelijk een pittig, maar niet onaangenaam klusje.

Die avond werd er geklopt op de deur. Antonio kwam ons een enorme driekoningentaart brengen, als goedmakertje voor al het gemopper van die middag. Wat fijn om een behulpzame buurman te hebben. En wat moet het heerlijk zijn voor hem om ons hier te zien aanmodderen.

DSC05873

 

Huespedes

In de loop van 2018 ontvingen we de eerste gasten in El Oasis (zoals we ons huis toch voorlopig maar noemen). Het was een soort eerste testcase: zouden anderen er net zo enthousiast over zijn als wijzelf?

De eerste “gasten”, in april,  waren Gaia en Tessa, onze dochters. We hadden al voordat we het huis kochten het plan opgevat om een keer samen met hen naar Spanje te gaan, al was het maar om te laten zien waar we aan het rondkijken waren. Gaia had deze blog gelezen en geconstateerd dat zij en Tessa er nauwelijks in voorkomen. Klopt natuurlijk en dat was toch wel een confronterend besef: dit plan gaat over Sandra en mij, en niet echt over Gaia en Tessa. Ik hoop het hierbij een beetje goed te maken: we zouden zeker niet naar Spanje verhuizen als we niet zouden weten dat het goed met hen ging en dat zij zich zonder ons zouden redden in Nederland. Maar ook willen we dat El Oasis voor hen voelt als iets dat ook van hen is. Daarom was het passend en fijn dat zij erbij waren,  de allereerste keer zonder de vorige eigenaars.

DSC05408

Zo konden we samen genieten van het champagnemoment en voelen Gaia en Tessa hopelijk dat dit een plek is waar zij altijd naartoe kunnen komen. We hadden er in ieder geval een fijne tijd, samen.

We hadden vrienden en familie laten weten dat ze in de zomervakantie welkom waren. Van dit aanbod maakten drie gezelschappen gebruik: eerst Sandra’s vriendin Karin met haar 12-jarige zoon Max, daarna Sandra’s zussen Inge, Brigitte en Cécile en ten slotte onze vrienden Egbert en Marysa. Het was mooi om te zien hoe iedereen zich op zijn eigen manier vermaakte. Karin sloeg aan het tuinieren, terwijl  Max als een van zijn hiphophelden op een opblaasstoel in het zwembad dobberde (maar hij maakte zich ook nuttig als poolboy).

dsc05593

De zussen Heijs combineerden zwembad en hangmat met kleine klusjes in en om het huis en het bereiden van maaltijden. En natuurlijk met shop- en stranduitstapjes naar Almuñécar en omgeving. De geplande wandeling in de Sierra Nevada bleek helaas niet haalbaar door diverse blessures, maar een uitstapje naar de Junta de los Ríos was nog wel haalbaar. Ook leenden Cecile en Brigitte onze electrobikes, maakten we met Inge een wandeling in de omgeving en bakten we pizza in de houtoven.

img_20180806_202836_30131035258_o

Met Egbert en Marysa maakten we een wat langere zwemwandeling bij de Junta, en gingen we naar het strand bij Cantariján. Ook leenden zij onze kampeerspullen en trokken er een paar dagen met zijn tweeën op uit voor een verkenning van de Cabo de Gata en de beklimming van de Mulhacén. Dit bracht ons op een nieuw idee: kampeerspullen  verhuren aan bezoekers die wat langere uitstapjes willen maken!

dsc05734

In oktober bezochten Tessa en Nico het huis met zijn tweeën, dus zonder dat wij er zelf  waren. Dat was weer een nieuwe ervaring voor ons, Voor de zekerheid had ik instructiefilmpjes gemaakt als “gebruiksaanwijzing” voor het huis. Hoe gaat het gas aan, hoe gaan de luiken en hekken op slot, dat soort dingen. Dat was handig, al werd ik om mijn tutorial over de werking van het Nespresso koffieapparaat keihard uitgelachen…

Tessa en Nico verkenden weer een heel ander aspect van de omgeving: actieve sporten. Tessa ging te water met een duikexcursie en Nico waagde zich aan het paragliden. Ook dat is Almuñécar.

CAMERA

In december kwam de klap op de vuurpijl: mijn broer en zussen met partners plus mijn neef Terry  en Gaia en Tessa kwamen allemaal tegelijk naar Almuñécar om daar Sinterklaas te vieren. Het begon als een grap, maar uiteindelijk kwam iedereen, omdat ze de ook plek wilden zien. Het was wel een beetje improviseren, met 11 mensen tegelijk . We hadden niet echt goede bedden en geen andere verwarming dan de airco en de open haard. Ook kregen diverse familieleden te maken met wantrouwige douaniers die wilden weten wat er in de surprises zat. Maar de stemming was prima, en we maakten ook nog een mooie excursie naar het Alhambra.

img-20181208-wa0006

Wat kunnen we concluderen nadat in totaal 17 mensen El Oasis bezocht hebben (waarvan sommigen meerdere keren)? Dat de omgeving voor elk wat wils te bieden heeft. En dat het huis en het terrein zich perfect lenen voor het ontvangen van gasten. En vooral hoe fijn het is om te zien hoe de gebouwen en het terrein zich vullen met mensen en hoe iedereen heerlijk zijn/haar eigen gang gaat en geniet.

 

 

 

La Estufa

Natuurlijk heeft Almuñécar het beste klimaat van Europa, maar als het winter wordt wil je toch wel een kachel in huis om de kille avonden wat op te warmen. De vorige eigenaars hadden het altijd gedaan met de open haard en de airconditioning, maar dat leek ons niet ideaal. Daarom zochten we een kachel uit in een folder van de onvolprezen firma Carbonell. De keuze viel op de Italica, een geavanceerde houtkachel met convector-systeem. Het was vooral even zoeken naar een model met de uitgang aan de achterkant ipv aan de bovenkant, zodat we een buis door de bestaande schoorsteen konden trekken en de kachel vóór de oorspronkelijke open haard konden plaatsen.

E06-ITALICA-FILEminimizer

We bestelden de kachel in oktober, meteen aan het begin van de week dat we er waren, en Rocio, de aardige jonge medewerkster van Carbonell, verwachtte dat hij ergens in de loop van de week wel bezorgd kon worden.  De fabrikant had immers gezegd dat hij nog wel wat exemplaren in voorraad had. Ons plan was te zorgen dat we de kachel deze week in huis hadden zodat we hem bij ons volgende bezoek, in november, konden installeren.

De week vorderde, maar de kachel kwam niet. Een paar keer gingen we langs bij Carbonell waar dan maar weer naar de fabriek gebeld werd, maar het leek niet meer te gaan lukken die week. Uiteindelijk spraken we af dat de kachel later bij Carbonell zou worden bezorgd en in het magazijn zou blijven staan tot ons volgende bezoek. Die zaterdag bezochten we Granada. Net toen we over de Sacromonte klauterden kwam een appbericht binnen van Rocio: de kachel was toch nog aangekomen. Helaas te laat; op zondag werd niet bezorgd, en zondagavond gingen we weer naar huis.

In november hadden we maar een lang weekend de tijd. We hadden Ewald gevraagd of hij zaterdag wilde komen helpen, en op vrijdagmiddag werd de kachel inderdaad bezorgd. Het was een flink gevaarte van ongeveer 80 kilo, waar de twee bezorgers van Carbonell een hele kluif aan hadden. Het bakbeest moest natuurlijk de twee trappen af naar het hoofdhuis.

estufa 1

Het was mooi dat het gelukt was de kachel op tijd bij ons thuis te krijgen, maar minder mooi dat het niet helemaal hetzelfde model was dat we besteld hadden. Dat wil zeggen, hij was vrijwel identiek, maar hij had de uitgang toch aan de bovenkant, waardoor we hem niet konden inbouwen op de manier waarop we dat wilden.

Dus gingen we maar weer maar de winkel van Carbonell waar opnieuw de fabrikant werd gebeld. Het bleek dat het type veranderd was (maar helaas nog niet in de folder en op de website) en dat de versie met achteruitgang niet meer leverbaar was.

Zaterdag kwam Ewald langs en we brainstormden over manieren om deze kachel toch aan te sluiten. Dat kon misschien wel, maar dan moesten we nogal wat hak- en breekwerk doen en dan zou de kachel  gedeeltelijk in de haard komen te staan. Uiteindelijk besloten we dat toch maar niet te doen en de kachel weer te laten ophalen. Een beetje gedesillusioneerd en gefrustreerd nemen we de auto richting Motril, waar we een kachelwinkel meenden te weten, om ons maar weer verder te oriënteren. Uiteindelijk belandden we in de buurt van Granada, bij een wat merkwaardige handel in tuinbeelden en houtkachels.

beelden

Daar werden we ingewijd in de geheimen van de pelletkachel. Minder romantisch dan een knapperend haardvuur, maar efficient, milieuvriendelijk, gemakkelijk in het gebruik en economisch. We hadden het er wel eens eerder over gedacht en  toen wilden we er niet aan, maar nu wisten we het opeens zeker: We moeten een pelletkachel! Zo zijn we: we gaan we via diverse zijwegen recht op ons doel af!

De volgende discussie is of de pelletkachel voor de open haard geplaatst gaat worden of dat we op een andere plek in huis een nieuwe plek creëren voor de kachel en de open haard in ere houden. We neigen nu naar het laatste, maar dat kan zo weer omslaan, ons kennende.

Ten slotte was er nog het (voorlopig) laatste bedrijf van het kacheldrama: Maandagochtend kwamen de mannen van Carbonell de verkeerde kachel weer ophalen. Dit was zo mogelijk een nog zwaardere klus dan het bezorgen (want trap op). De mannen deden het hijgend en puffend maar zonder morren en ze namen afscheid met een vrolijk (en maar een heel klein beetje sarcastisch) hasta la proxima!

estufa2

 

 

Laurie Lee

Op de boulevard in Almuñecar, de Paseo del Altillo, kun je een eenvoudig monument vinden voor ene Laurie Lee. Wie is dat en waarom heeft hij een monument in Almuñecar?

Lee

Lawrence “Laurie” Lee is een Engelse schrijver en dichter die leefde van 1915 tot 1998. Hij is in Groot Brittanië vooral bekend (en berucht) door zijn boek Cider with Rosie, een verfijnd en poëtisch verslag van zijn jeugd op het Engelse platteland. Het is een verplicht nummer op elke boekenlijst van een Engelse middelbare scholier, en het soort boek dat menig scholier doet besluiten om nooit meer een roman te lezen, en al helemaal niet het vervolg met de weinig belovende titel “As I Walked Out One Summer Morning”.

Dat is onterecht want dit boek is het verslag van een voetreis die de inmiddels 20-jarige Lee maakte in Spanje in de vooravond van de burgeroorlog. Het is een boek vol reislust en avontuur, ontberingen en tegenslag,  drinkgelagen met excentrieke figuren en af en toe een vleugje broeierige erotiek. Een veel beter boek, dus, om pubers nieuwsgierig te maken naar literatuur.

Aan het eind van zijn voetreis verbleef Laurie Lee enige tijd in Almuñécar, dat hij omschrijft als een straatarm en triestig vissersdorpje dat hem vooral aan Wales doet denken. Prachtig beschrijft hij hoe het dorp en zijn inwoners steeds meer in de greep van de naderende burgeroorlog raken. Net als de bom begint te barsten wordt hij opgepikt door een Engels oorlogsschip dat hem terugbrengt naar Engeland. Maar uiteindelijk besluit hij terug te keren en zich bij de Internationale Brigade te voegen. Zijn belevenissen in de burgeroorlog beschrijft hij in het vervolg: A Time of War.

Hoewel het beeld dat Lee schetst van Almuñécar niet echt flatteus is zijn de inwoners hem toch dankbaar voor de plek die hij hun kleine stadje in de wereldliteratuur heeft gegeven. Vandaar het monument.

Vecinos

We zijn inmiddels al weer meerdere keren in Almuñécar geweest, het wordt moeilijk om deze blog een beetje up to date te houden. Daarom gaan we over op een meer thematische aanpak. Deze keer: de buren.

Langzamerhand komen we er achter dat er heel wat “internationals” in onze omgeving wonen. We troffen bijvoorbeeld vlak bij ons huis een klein betonnen huisje aan waarin brievenbussen voor de hele buurt bleken te hangen. Nederlandse namen, Duitse namen, Scandinavische namen, Engelse namen. Van alles wat. We moeten ook zo’n brievenbus!

DSC05660Het brievenbushuisje

Al deze buren zien we waarschijnlijk regelmatig langs rijden, maar verder dan terloops zwaaien zijn we qua contact met hen nog niet gekomen. Wel natuurlijk met Antonio.

Antonio is onze meest essentiële vecino. Hij is degene die de bomen verzorgt an een oogje op het huis houdt. Antonio en zijn familie hebben al heel lang een verbinding met ons huis. Antonio woont al zijn hele leven op deze plek. Hij is een jaar of 50, dus de ouders van Anna kende hij al sinds hij een kleine jongen was. Met hen had hij altijd een goede relatie gehad, hij zorgde voor hen ook al voor de bomen en het terrein en zijn vrouw maakte het huis schoon. Maar Anna en Ulla mochten hem niet (en dat bleek wederzijds). Volgens Anna had hij irrigatiewater gestolen, verzuimde hij de bomen te snoeien en had hij de toegangsweg naar zijn huis (die gedeeltelijk over ons land loopt) zonder overleg verbreed. Verder had zij het gevoel dat hij hen (en alle andere buitenlanders) minachtte. Zij adviseerde ons om een andere beheerder voor onze plantage te zoeken, maar uiteindelijk leek het ons beter om met een schone lei met Antonio te beginnen. Ruzie maken kan altijd nog.

Zelf had Antonio ook al nagedacht over hoe hij met ons tot afspraken kon komen. Op de eerste dag dat we als eigenaars ons huis betraden was hij “toevallig” aan de overkant van de rio met een onduidelijk klusje bezig. We liepen naar hem toe om kennis te maken. Hij stelde voor om later in die week met hem en zijn zwager ergens iets te gaan drinken. Die zwager had een tijd in Ierland gewoond en sprak redelijk Engels (Antonio zelf spreekt uitsluitend onverstaanbaar ongearticuleerd Andalusisch, wat nog wordt versterkt door het shagje dat permanent uit zijn mondhoek bungelt). Het was goed om even de tijd te nemen om kennis te maken en afspraken te maken. We spraken af dat we zolang we niet permanent in Almuñécar wonen de oude afspraken in stand houden: Antonio zorgt voor onze bomen en houdt een oogje op het huis. In ruil daarvoor krijgt hij de opbrengst van de avocados en mangos. Later, als we wel permanente bewoners worden, willen we het anders regelen. Hoe Antonio daarop zal reageren weten we niet. Hij bezit zelf een enorme hoeveelheid avocadobomen, dus het is voor hem waarschijnlijk niet een heel grote strop. We vonden het al met al een prettige regeling, al betalen wij wel voor het irrigatiewater terwijl Antonio de opbrengst krijgt. We besloten uiteindelijk dit maar zo te laten.

Antonio is alles wat je je voorstelt bij je Spaanse buurman op het platteland. Een wat morsige kerel die de hele dag op zijn brommertje door de omgeving tuft om zijn fruitbomen te inspecteren. Hij gedraagt zich tegenover ons altijd heel behulpzaam en gemoedelijk, maar hij bekijkt ons ook een klein beetje meewarig. Hij beschouwt ons waarschijnlijk als een stelletje naieve stadjers die niet veel snappen van het leven op het platteland. Dat is vermoedelijk wat Anna als disrespect ervoer, maar ik begrijp het wel. Hij heeft niet helemaal ongelijk.

Tegen ons doet hij altijd vriendelijk en vrijgevig (meloenen en avocado’s) maar ’s avonds horen we soms vanuit zijn huis, dat zo’n honderd meter ver van het onze ligt,iets wat klinkt als een heftige echtelijke ruzie, waarna we hem met rood aangelopen hoofd op zijn brommer zien wegscheuren. Mevrouw Antonio hebben we op deze manier wel gehoord maar nog nooit gezien.

IMG_20180610_114456Ons huis, gezien vanuit de tuin van Miguel

Op een dag klommen we naar het andere huis aan de overkant van de rivier. Daar woont onze andere overbuurman Miguel met zijn vrouw. We troffen hen al wandelend in de olijfgaard, een schattig stel van in de tachtig. Miguel en zijn vrouw wonen tegenwoordig de meeste tijd in Almuñecar, en zijn alleen nog in het weekeinde hier, vaak vergezeld van kinderen en kleinkinderen. Miguel had hier altijd gewoond maar werkte als gemeenteambtenaar in de stad. Hij kwam hier nog graag in het weekend om van de rust te genieten. Helaas, zei hij, willen jongeren tegenwoordig niet meer in de campo wonen.

Frutas tropicales

Sinaasappels, mandarijnen, limoenen, grapefruits, chirimoyas, kumquats, granaatappels, bananen, lychees, avocado’s, mango’s, citroenen, nespero’s, amandelen, macadamianoten, druiven en wie weet wat er nog meer aan onze bomen komt groeien

Deze diashow vereist JavaScript.

Todo roto

Na het champagnemoment volgt natuurlijk de ontnuchtering: op het eerste gezicht lijkt ons vakantieparadijsje in perfecte staat, maar bij nader inzien is het een geheel van bladderende verf, gebarsten tegels en losjes aan elkaar geknoopte stroomdraden en merkwaardige oplossingen. Werk aan de winkel!